Quotes

Aangezien de politierechter in zijn machtiging aan de fiscus tot visitatie van bewoonde lokalen niet “concreet [heeft vermeld] op grond van welke vermoedens kan worden aangenomen dat […] in de bewoonde plaatsen belastbare handelingen worden gesteld", is de machtiging ongeldig (Gent 13 juni 2017). Zie Fiscoloog van deze week, p. 1, over de vraag waarom dit arrest op eerder verrassende wijze de neiging van de fiscus afblokt om zijn visitatierecht, o.m. ten aanzien van privéwoningen, alsmaar ruimer te interpreteren.

In haar circulaire 2017/C/34 van 8 juni 2017 geeft de Administratie haar “commentaar op de [recente] arresten van het Hof van Cassatie […] die de omstandigheden verduidelijken waarin de […] voorafgaande kennisgeving van aanwijzingen van belastingontduiking [om nog onderzoek te kunnen verrichten in de verlengde onderzoekstermijn] moet worden verzonden”. Over welke lessen de Administratie uit deze cassatierechtspraak precies trekt, zie Fiscoloog nr. 1525, p. 1.

Aangezien de Administratie “niet stipt en nauwkeurig” de procedure heeft nageleefd in het kader van het doorbreken van het fiscaal bankgeheim, moeten de “financiële gegevens [verkregen] uit het bankonderzoek […] uit de bewijsvoering worden geweerd” (Rb. Gent 5 mei 2017). Over de reden waarom de ‘fiscale Antigoon-doctrine’ hier volgens de rechtbank geen soelaas kan brengen voor de fiscus, zie Fiscoloog nr. 1523, p. 1.