Quotes

• “Aangezien er in casu sprake is van twee procedures [inzake inkomstenbelastingen en inzake BTW] die een coherent geheel vormen, zoals bedoeld door het EHRM in haar arrest A en B”, is er “geen sprake van een dubbele berechting [in de zin van het non bis in idem-beginsel] door de navordering van een belastingverhoging [van 200 %] in de personenbelasting, na de eerdere definitieve veroordeling tot een BTW-boete [van 200 %] voor de aanwending van” dezelfde valse facturen (Antwerpen 9 januari 2018). Zie Fiscoloog van deze week, p. 1 over deze en andere toepassingen in de rechtspraak van de nieuwe, restrictievere visie van het non bis in idem-beginsel, alsook over de vraag welk ander beginsel soms nog enig soelaas kan bieden.

• Buiten de in de wet voorziene gevallen (waaronder de tijdige en ondubbelzinnige identificatie van de genieter van het geheime commissieloon) “sluit een daadwerkelijke belasting in hoofde van de genieter (binnen de aanslagtermijn van drie jaar) de toepassing van de bijzondere [geheimecommissielonen]aanslag in beginsel niet uit”, “hoewel er [dan] geen verlies is aan Belgische inkomstenbelastingen”. “Er is te dezen mogelijk een schending van het […] gelijkheidsbeginsel” (Antwerpen 16 oktober 2018). Over de redenen waarom er volgens het hof een mogelijke discriminatie is en over de gevolgen die het daaraan uiteindelijk verbindt, zie Fiscoloog nr. 1586, p. 1.

• “De wet van 18 juli 2018 betreffende de economische relance en de versterking van de sociale cohesie heeft [de] belastingregeling [inzake de deeleconomie] gewijzigd voor de inkomsten behaald of verkregen vanaf 01.01.2018. Voortaan is er geen sprake van een afzonderlijke belasting van deze inkomsten, maar wel van een klaar en duidelijke vrijstelling voor zover dat een nieuwe jaarlijkse grens niet wordt overschreden” (‘FAQ – Deeleconomie’ d.d. 15 oktober 2018). Over de vraag waarom dit ‘klaar en duidelijk’ karakter van de nieuwe regeling toch soms met een korreltje zout moet worden genomen, zie Fiscoloog nr. 1584, p. 1.