Quotes

De vijf categorieën van financiële instrumenten die aan de nieuwe taks op effectenrekeningen worden onderworpen, hebben “een vermogensverrijkend karakter […] waardoor deze een zelfstandige en  substantiële  vermogenswaarde  moeten  kennen”. Dit is niet het geval bij andere  instrumenten die  op  een  effectenrekening kunnen voorkomen, “zoals bijvoorbeeld opties, futures of swaps”, “die  contracten  zijn  en  waarbij  hun waarde slechts een afgeleide is van het onderliggend instrument dat het voorwerp uitmaakt van het contract” (MvT, Parl.St. Kamer 2017-18, nr. 54- 2837/001, 12). Over de vijf categorieën van financiële instrumenten die wel worden geviseerd door de nieuwe taks alsook over de wijzigingen aangebracht aan het initiële wetsontwerp, zie Fiscoloog van deze week, p. 1 e.v.

De wetgever wenst de aftrek voor risicokapitaal “te behouden en ook de aanbevelingen van de Europese Commissie te volgen. Hieruit volgt dat het systeem van de aftrek […] blijft bestaan, maar dat het in aanmerking te nemen risicokapitaal voortaan overeenstemt met de stijging van het eigen vermogen ten opzichte van het voortschrijdend gemiddelde van de vijf voorbije jaren” (MvT bij de wet van 25 december 2017 tot hervorming van de vennootschapsbelasting, Parl.St. Kamer 2017-18, nr. 54-2864/001, 6). Zie over dit nieuwe systeem en de concrete impact ervan, Fiscoloog nr. 1550, p. 1.

De laatste Ministerraad vóór Kerstmis heeft in eerste lezing een voorontwerp van wet "houdende diverse bepalingen inzake inkomstenbelastingen" goedgekeurd dat, onder meer, een specifieke antimisbruikbepaling invoert om “double dip”-situaties te vermijden in het kader van de aftrek voor risicokapitaal. Zie Fiscoloog nr. 1549, p. 1 over de vraag hoe deze antimisbruikbepaling er precies uitziet en over de andere, soms verrassende, maatregelen in het voorontwerp.