Quotes

• “Er is […] gebleken dat de wijzigingen die door de […] wet van 26 maart 2018 werden aangebracht [aan de belastingvermindering voor wie investeert in aandelen van startende kleine vennootschappen] verderstrekkende gevolgen – die bovendien ongewenst zijn – hebben dan eigenlijk beoogd”. De wijzigingen worden daarom vanaf het aj. 2019 ‘gecorrigeerd’ “specifiek op het vlak van de uitsluiting van bepaalde bedrijfsleiders” (wetsvoorstel, Parl.St. Kamer 2018-19, nr. 54-3528/001, 13-14). Zie Fiscoloog van deze week, p. 1 om te weten welke bedrijfsleiders precies worden getroffen door deze ‘correcties’.

• “Op dit ogenblik wordt een persoon, die 45 jaar heeft gewerkt en dus volgens de vigerende regels in aanmerking komt voor een volledige loopbaan en daarmee op pensioen kan gaan, ook al heeft hij de wettelijke pensioenleeftijd van 65 jaar niet bereikt, geconfronteerd met een hogere belasting op de uitkeringen van het pensioenkapitaal of de afkoopwaarden in het kader van  het aanvullend pensioen, dan wie de pensioenleeftijd van 65 jaar wel bereikt heeft” (Parl.St. Kamer 2018-19, nr. 54-2857/008, 3). Op welke wijze een zopas door de Kamercommissie Financiën goedgekeurd wetsvoorstel deze ‘anomalie’ uit de wereld wil helpen, zie Fiscoloog nr. 1599, p. 1.

• De huidige redactie van het wetsontwerp tot wijziging van het stelsel van de ‘mobiliteitsvergoeding’  “zou aanleiding kunnen geven tot rechtsonzekerheid”, zodat het “dient te worden aangepast teneinde de wil van de wetgever te vertolken dat [welbepaalde] bedrijfswagens […] in beginsel niet kunnen worden ingeruild voor een mobiliteitsvergoeding” (amendement, Parl.St. Kamer 2018-19, nr. 54-3382/002, 10-11). Zie Fiscoloog nr. 1598, p. 1 om te weten welke bedrijfswagens precies dit (inmiddels door de Commissie Financiën goedgekeurd) amendement op het oog heeft.