Quotes

• “Op dit ogenblik wordt een persoon, die 45 jaar heeft gewerkt en dus volgens de vigerende regels in aanmerking komt voor een volledige loopbaan en daarmee op pensioen kan gaan, ook al heeft hij de wettelijke pensioenleeftijd van 65 jaar niet bereikt, geconfronteerd met een hogere belasting op de uitkeringen van het pensioenkapitaal of de afkoopwaarden in het kader van  het aanvullend pensioen, dan wie de pensioenleeftijd van 65 jaar wel bereikt heeft” (Parl.St. Kamer 2018-19, nr. 54-2857/008, 3). Op welke wijze een zopas door de Kamercommissie Financiën goedgekeurd wetsvoorstel deze ‘anomalie’ uit de wereld wil helpen, zie Fiscoloog van deze week, p. 1.

• De huidige redactie van het wetsontwerp tot wijziging van het stelsel van de ‘mobiliteitsvergoeding’  “zou aanleiding kunnen geven tot rechtsonzekerheid”, zodat het “dient te worden aangepast teneinde de wil van de wetgever te vertolken dat [welbepaalde] bedrijfswagens […] in beginsel niet kunnen worden ingeruild voor een mobiliteitsvergoeding” (amendement, Parl.St. Kamer 2018-19, nr. 54-3382/002, 10-11). Zie Fiscoloog nr. 1598, p. 1 om te weten welke bedrijfswagens precies dit (inmiddels door de Commissie Financiën goedgekeurd) amendement op het oog heeft. 

• Het wetsontwerp “houdende fiscale, fraudebestrijdende, financiële alsook diverse bepalingen" legt “aan de werkgevers de verplichting op om voor de voordelen die in het kalenderjaar 2018 zijn betaald of toegekend [aan de werknemers of bedrijfsleiders] door een verbonden buitenlandse onderneming, een fiche […] in te dienen voor 1 maart 2019”. Deze termijn is evenwel “niet langer haalbaar” (Parl.St. Kamer 2018-19, nr. 54-3424/002, 39). Vandaar dat de regeling wordt aangepast bij amendement dat inmiddels is goedgekeurd in de Kamercommissie Financiën (Parl.St. Kamer 2018-19, nr. 54-3424/004). Om te weten voor welke voordelen de ficheplicht nu geldt volgens de aangepaste regeling, zie Fiscoloog nr. 1597, p. 1.