Quotes

“Aandelen op naam die enkel worden gehouden in een aandelenregister en niet op een effectenrekening behoren […] niet tot de definitie van een effectenrekening en vallen buiten het toepassingsgebied van de [nieuwe] taks [op de effectenrekeningen]. Hierop bestaat een uitzondering in het kader van een bijzondere antimisbruikbepaling” (wetsontwerp “houdende invoering van een taks op de effectenrekeningen”; Parl.St. Kamer 2017-18, nr. 54- 2837/001, 6). Wat deze – op de valreep aan het wetsontwerp nog toegevoegde – antimisbruikbepaling precies inhoudt, zie Fiscoloog van deze week, p. 1.

Een recent door de Ministerraad goedgekeurd wetsontwerp geeft uitwerking aan het voornemen in het Regeerakkoord dat de “tweede pensioenpijler toegankelijk zal gemaakt worden voor zelfstandigen die als natuurlijke persoon werken. In tegenstelling tot zelfstandigen in een vennootschap hebben zij immers niet de mogelijkheid om in de tweede pijler een pensioen op te bouwen in het fiscaal kader van de 80 %-regel. Zij zullen op voet van gelijkheid worden gebracht”. Over dit nieuwe pensioenvehikel – het zgn. POZ of ‘pensioenovereenkomst voor zelfstandigen’ – en in het bijzonder de vraag hoe het zich vanuit een perspectief van fiscale optimalisatie positioneert t.o.v. de bestaande pensioenvehikels, zie de bijdrage van P. VAN EESBEECK en L. VEREYCKEN in Fiscoloog nr. 1545, p. 1-9.

De BTW-Administratie heeft vastgesteld dat het huidige standpunt inzake het onderscheid tussen leveringen en restaurant- en cateringdiensten “tot ongewenste effecten en praktische problemen leidt”. Zij “heeft bovendien kennis van verschillende gevallen van concurrentieverstoring en rechtsmisbruik in de betrokken sector”. Bijgevolg “diende het administratief standpunt met betrekking tot het onderscheid […] te worden onderzocht” (circulaire van 6 november 2017). Zie Fiscoloog nr. 1544, p. 2 e.v. over het nieuw administratief standpunt dat is voortgekomen uit dit onderzoek.