Quotes

De Europese ATAD-Richtlijn “biedt twee verschillende bouwstenen aan waarop een internrechtelijke CFC-bepaling kan worden geconstrueerd”. De regering heeft in dit kader gekozen “voor een zogenaamde transactionele benadering”, er o.m. rekening mee houdend dat “CFC-wetgeving bijzonder complex is [en] vele risico’s op dubbele belasting doet ontstaan in verschillende landen” (MvT, Parl.St. Kamer 2017-18, nr. 54-3147/001, 17 e.v.). Zie Fiscoloog van deze week, p. 1 over de vraag hoe deze Belgische CFC-regeling, die nu voor het eerst toepassing kan vinden, er precies uitziet.

Het multilateraal instrument wijzigt "niet onmiddellijk de tekst van de [gedekte] belastingverdragen maar is [...] parallel van toepassing met de bestaande belastingverdragen, waarvan ze de toepassing wijzigt teneinde de BEPS-maatregelen uit te voeren" (MvT, Parl.St. 2018-19, nr. 54-3510/001, 10 en 13). Dit betekent dat wie een ‘gedekt’ dubbelbelastingverdrag erop naslaat, binnenkort niet altijd meer zal kunnen vertrouwen op hetgeen hij in de verdragstekst zelf leest. Over de werking van dit ‘MLI’ en de concrete gevolgen ervan, zie Fiscoloog nr. 1626, p. 1.

Zowel het Hof van Cassatie als de hoven van beroep te Antwerpen, Bergen en Brussel hebben zich in de voorbije periode uitgesproken over het fiscaal lot van de FBB-constructies van eind de jaren tachtig. Daaruit blijkt dat de visies omtrent dergelijke constructies “nog altijd sterk uiteenlopen, waarbij vooral het hof van beroep te Antwerpen zich streng betoont in de leer”. Deze arresten zijn niettemin ook vandaag nog van groot belang, omdat zij mee de discussie helpen uitklaren over de vraag aan welke voorwaarden uitgaven van een vennootschap moeten voldoen, om fiscaal als beroepskosten aftrekbaar te zijn. Voor een overzicht van deze rechtspraak, zie Fiscoloog nr. 1625, p. 1.