Quotes

In zijn bijgewerkte ‘FAQ’ over het UBO-register gaat de FOD Financiën nu ook in op de situatie waarin "een (i)vzw, stichting, trust, fiducie of een gelijkaardige juridische constructie of entiteit […] meer dan 25 % van een vennootschap [bezit] of er zeggenschap over [uitoefent]" ("FAQ : UBO-register" zoals bijgewerkt op 2 april 2019). Blijkens de FAQ heeft dit een bijzonder gevolg op de personen die als ‘UBO’ van de vennootschap moet worden aangemeld. Over dit bijzondere gevolg en de andere nieuwigheden in de FAQ, zie Fiscoloog van deze week, p. 1.

• “Tot op heden wordt de ‘nationaliteit’ van een vennootschap in het Belgisch recht bepaald door de leer van de ‘werkelijke zetel’”. “In het [nieuwe vennootschapsrecht] wordt deze leer […] verlaten en wordt er overgeschakeld op de leer van de ‘statutaire zetel’”. “Echter, voor de toepassing van de vennootschapsbelasting moet verder gebruik worden gemaakt van de werkelijke zetelleer” (Parl.St. Kamer 2018-19, nr. 54-3367/001, p. 4-5). Zie Fiscoloog nr. 1607, over de diverse aanpassingen die de wetgever aan het WIB 1992 aanbrengt om dat doel te bereiken.

• “Een vertegenwoordiger van de minister van Financiën […] stipt aan dat het inderdaad een goede zaak zou zijn indien er via de fiscale wetgeving een verduidelijking kan aangebracht worden” t.a.v. het jaar dat als referentiejaar geldt voor de afzonderlijk taxatie van (o.m.) opzegvergoedingen. Het (inmiddels definitief goedgekeurde) “wetsvoorstel komt tegemoet aan dit objectief”. Maar het formuleert “geen antwoord [t.a.v.] alle gerelateerde problemen” (Verslag, Parl.St. Kamer 2018-19, nr. 54- 0023/004, 5). Zie Fiscoloog nr. 1606, p. 1, over de vraag welk probleem i.v.m. het referentiejaar nu door het wetsvoorstel definitief uit de wereld is geholpen en welke problemen daarentegen blijven voortbestaan.