Quotes

In een circulaire van 13 april 2017 antwoordt de Administratie negatief op de vraag “of de toekenning door een vennootschap van aandelenopties op haar aandelen aan de zaakvoerder van een managementvennootschap die aan eerstgenoemde vennootschap managementprestaties verstrekt, voldoet aan de […] voorwaarde om het forfaitair bepaalde voordeel [i.v.m. de aandelenopties] te mogen halveren”. Over de vraag of de Administratie met dit antwoord al dan niet afbreuk doet aan een eerder toegekend ‘Sinterklaascadeau’, zie Fiscoloog van deze week, p. 1.

Hoewel het Wetboek van Inkomstenbelastingen “verbeurdverklaringen” in principe niet aanmerkt als beroepskosten (art. 53, 6° WIB 1992), kunnen “inkomsten [die] strafrechtelijk [zijn] verbeurdverklaard met toewijzing aan [de] benadeelde” partij, volgens het Hof van Cassatie onder bepaalde omstandigheden toch aftrekbaar zijn als beroepskosten (Cass. 24 maart 2017). Over welke omstandigheden het hier precies gaat, zie Fiscoloog nr. 1418, p. 1.

“Om na te gaan of aan de voorwaarde van de minimumdeelneming van 10 % [in het kader van de vrijstelling van roerende voorheffing] voldaan is, moet men zich plaatsen op het moment van de inkoop [van de eigen aandelen] en niet op het moment van de fiscale dividenduitkering (t.w. de vernietiging van de [ingekochte] aandelen)” (voorafgaande beslissing nr. 2016.734 van 6 december 2016). Over de vraag waarom, ondanks deze precisering van de Rulingcommissie, de fiscale behandeling van een inkoop van eigen aandelen een hersenbreker blijft die uiteindelijk enkel de fiscale wetgever kan oplossen, zie Fiscoloog nr. 1517, p. 1.