Quotes

Volgens het Hof van Cassatie kunnen parallelle procedures tot oplegging van een sanctie (in casu inzake BTW én inkomstenbelastingen) worden voortgezet en beëindigd, op voorwaarde dat zij “voldoende nauw met elkaar verbonden zijn”, zowel “substantieel als temporeel” (Cass. 21 september 2017). Over de reden waarom hieruit eens te meer blijkt dat het Hof van Cassatie een “koele minnaar” is van de toepassing van mensenrechtelijke garanties (en met name het non bis in idem-beginsel) op fiscaal-administratieve sancties, zie Fiscoloog van deze week, p. 1.

“In de regeling die de regering voorstelt, worden de inkomsten uit verenigingswerk, uit occasionele diensten tussen burgers en uit de deeleconomie vrijgesteld van inkomstenbelastingen wanneer ze op jaarbasis niet meer bedragen dan 6.000 euro (geïndexeerd bedrag)”. Zodra die inkomsten meer bedragen, vervalt de vrijstelling en zullen zij “in beginsel volgens de gewone regels als beroepsinkomsten worden belast, naargelang het geval als bezoldigingen van werknemers, winst of baten vanaf de eerste euro” (ontwerp van memorie van toelichting bij het voorontwerp van ‘relancewet’). Over deze bijzonder complexe nieuwe vrijstellingsregeling, zie Fiscoloog nr. 1541, p. 1.