Nietigheid van bestuursbesluiten in een vennootschap

(boek nr. 27 in de reeks Vennootschaps- en Financieel Recht)

BKV1601_Cover




  Auteur : Stijn De Dier
  Pagina's : XXXVI + 491
  Prijs papieren exemplaar : 160,00 EUR (incl. BTW)
  (20 % korting voor abonnees op deze reeks)
  ISBN-nummer : 978-90-6738-216-8
  Jaar van uitgave : 2016

Ook digitaal beschikbaar via Jurisquare. Voor info en voorwaarden zie www.jurisquare.be.

Bekijk hier de volledige inhoudstafel

Nietigheid van bestuursbesluiten : zoeken naar evenwicht

De nietigheidsvordering tegen een bestuursbesluit in een vennootschap is een krachtig handhavingsmiddel. Zij laat toe een bestuursbesluit – vóór alles een vennootschapsintern gegeven – te sanctioneren met een sanctie die zich mogelijks tot buiten die vennootschapsinterne sfeer laat voelen.

In dit boek, dat de neerslag vormt van zijn doctoraal proefschrift, toont Stijn De Dier aan dat de nietigheid van bestuursbesluiten enkel vanuit een zoektocht naar een evenwicht kan worden begrepen. De nietigheidsvordering tegen een bestuursbesluit is immers krachtig omdat zij de rechtsgevolgen die het besluit heeft willen bewerkstelligen retroactief verwijdert. Maar dat kan dan weer verstrekkende gevolgen hebben voor rechtshandelingen die op basis van dat besluit verricht zijn. De toepassing van de nietigheidssanctie vraagt dan om een bescherming van de belangen van derden die aan de nietige rechtshandeling rechten ontlenen. Zo dringt zich een evenwicht op tussen het belang bij de nietigverklaring van een bestuursbesluit enerzijds, en het belang bij de bescherming tegen de gevolgen van een nietigverklaring, anderzijds. De zoektocht naar dat evenwicht is het voorwerp van dit boek.

Vernieuwend aan dit werk is dat de spil in die evenwichtszoektocht wordt gezocht in een tot nu toe genegeerde voorvraag : waarom is het van belang om een uitspraak of handeling van het bestuursorgaan als bestuursbesluit aan te duiden ? Aan de hand van de rechtseconomische agencyliteratuur én langsheen burgerrechtelijke evergreens als herstel in natura, pauliaanse en zijdelingse vordering, en derde-medeplichtigheid, ontleedt de auteur die vraagstelling. De nietigheidsvordering blijkt essentieel omdat zij een controle op de bevoegdheidsuitoefening door het bestuur van een vennootschap mogelijk maakt. Net op dat vlak schiet het burgerlijk recht immers tekort, minstens voor aandeelhouders/vennoten.

Implicaties ?

Het boek illustreert treffend hoe die functionele duiding van de nietigheidsvordering doorwerkt in de gevolgen van de nietigverklaring van een bestuursbesluit, de mogelijkheid om de nietigheid te vorderen, en de verbinding tussen beide.

Enerzijds volgt uit het gegeven dat de nietigheidsvordering tegen bestuursbesluiten een vennootschapsinterne rechtvaardiging heeft, dat de vorderingsmogelijkheid berust bij personen die betrokken zijn bij de interne werking van de vennootschap. In die zin is de nietigheidsvordering een institutionele (of interne) rechtsvordering : zij vindt haar bestaansreden in de institutionele rechtsbetrekking, en staat om die reden enkel open voor institutioneel betrokkenen.

Anderzijds weet de derde-wederpartij zich verzekerd van het feit dat de nietigheid van een bestuursbesluit hem niet zonder meer tegenwerpelijk is. In de regel heeft de nietigheid van een bestuursbesluit op zich geen gevolgen voor de vertegenwoordigingsmacht waarmee het betrokken besluit is uitgevoerd. Dat is slechts anders indien de derde medeplichtig is aan de contractbreuk van de vertegenwoordiger. Ook dat houdt verband met de functionele omschrijving van de nietigheidsvordering als een vorderingsmogelijkheid die voortspruit uit het (voor een vennootschap kenmerkende) onderscheid tussen (economische) eigendom en bestuur. De nietigheidsvordering verzacht immers de onmogelijkheid, die voor aandeelhouders/vennoten uit artikel 1165 BW volgt, om rechtshandelingen tussen de vennootschap en derden rechtstreeks aan te vechten.

Praktijkgericht

De meerwaarde van dit boek voor de praktijkjurist blijkt o.m. uit het feit dat het een antwoord geeft op de volgende vragen.

- Gelden de wettelijke regels voor de nietigheid van aandeelhoudersbesluiten zonder meer voor bestuursbesluiten ?
- Heeft het zin om van bestuursbesluiten te spreken in een vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid ?
- Kan de enige zaakvoerder bestuursbesluiten nemen ?
- Wat zijn de gevolgen voor derden van de nietigverklaring van een bestuursbesluit ? En hoe verhouden die gevolgen zich tot de regels inzake de vertegenwoordiging van vennootschappen, zowel mét als zonder rechtspersoonlijkheid ?
- Hoe speelt schijnvertegenwoordiging wanneer de schijn betrekking heeft op de geldigheid van een bestuursbesluit ?
- Wat zijn de gevolgen van de nietigheid van een besluit tot kapitaalverhoging of goedkeuring van een aandelenoverdracht voor de betrokken wederpartij ?
- Hoe ver reikt de bindende kracht van de rechterlijke uitspraak die een bestuursbesluit nietig verklaart ?
- Is het zo vanzelfsprekend dat aandeelhouders of vennoten in eigen naam de nietigheid van bestuursbesluiten kunnen vragen, wanneer die nietigheid afgeleide schade herstelt ? En wat indien de nietigheid wordt vervangen door een geldelijke schadevergoeding ?
- Kunnen schuldeisers een zelfstandige vordering instellen om hun afgeleide schade hersteld te zien ?
- Kunnen derden, zoals schuldeisers of werknemers, een nietigheidsvordering tegen bestuursbesluiten instellen ? En hoe zit dat voor houders van (converteerbare) obligaties of warrants ? Kan de nietigheid overigens zijdelings (art. 1166 BW) worden gevorderd ?
- En hoe zit het met de mogelijkheid tot instelling van de nietigheidsvordering door bestuurders of zaakvoerders, de vennootschap zelf, of de vereffenaar of de curator ?
- Is de nietigheidssanctie bij schending van de regels voor belangenconflicten zo bijzonder als ze lijkt ?
- Welke verjaringstermijn is van toepassing op de nietigheid van bestuursbesluiten ?

Een aanrader

In een gezamenlijk voorwoord omschrijven prof. dr. Koen Geens (promotor van dit proefschrift en thans Minister van Justitie) en prof. dr. Marieke Wyckaert (copromotor en advocate aan de Brusselse balie) dit boek als volgt :

“De lastige totstandkoming en de onduidelijke draagwijdte van de vennootschapswettelijke bepaling die vandaag in België de rechtsgevolgen van een nietig verklaard besluit van de algemene vergadering jegens derden regelt, zeggen niettemin alles over de moeilijkheidsgraad van het onderwerp dat Stijn aansnijdt : voor de nietigheid van bestuursbesluiten ontbreekt zo’n wettelijke regeling immers, en analogie biedt geen oplossing. De rechtsvragen stapelen zich op, de éne nog lastiger dan de andere. […] De auteur geeft telkens, trefzeker en consequent, een duidelijk, soms erg genuanceerd antwoord, omdat zoals gezegd systeemcoherentie voor hem primordiaal is. […]”

“De lezer zal niet ontgoocheld achterblijven, als hij in dit verhaal soelaas zoekt, of hij nu vanuit theoretisch of praktisch standpunt met het leerstuk van de nietigheid wordt geconfronteerd. Hij zal in elk geval waarderen dat de auteur geen enkele moeilijkheid uit de weg is gegaan, en bewonderen hoe mooi de redenering zich in een quasi-perfecte cirkel sluit.”

De auteur


StijnDeDier 01

 

 

 

 

 

 

 

Stijn De Dier werd geboren te Leuven op 7 november 1986. Hij behaalde een diploma master in de rechten in 2009 (KU Leuven) en een diploma Master of Laws in 2012 (London School of Economics and Political Science). Sinds 2009 is hij verbonden aan het Jan Ronse Instituut voor vennootschaps- en financieel recht, eerst als assistent, van 2012 tot 2016 als aspirant van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek – Vlaanderen (FWO), en   sinds oktober 2016 als vrijwillig medewerker en plaatsvervangend docent.

Op 22 april 2016 promoveerde hij tot doctor in de rechten met een proefschrift waarvan dit boek de neerslag vormt.

Binnenkort legt hij zich als advocaat aan de Brusselse balie (Quinz) toe op het vennootschaps- en ondernemingsrecht. Daarnaast is hij co-redactiesecretaris van het Tijdschrift voor Rechtspersoon en Vennootschap - Revue pratique des sociétés (TRV-RPS). Hij heeft tal van publicaties en lezingen over vennootschapsrecht op zijn naam staan.