Beginselen van de Vennootschapsbelasting

Auteur : Stefaan Van Crombrugge
Pagina's : 261
Prijs : 70,00 EUR (incl. BTW)
ISBN-nummer : 978-90-6738-204-5
Jaar van uitgave : 2014

Het boek presenteert op een bondige en bevattelijke wijze het systeem, de grote lijnen en de principes van de vennootschaps-
belasting. Wie deze principes kent, moet in staat zijn alle verdere problemen te identificeren en op te lossen door redenering of verdere opzoekingen. Het moet hem tevens in staat stellen toekomstige wetswijzigingen in hun juiste context te situeren. Het boek is niet alleen bedoeld voor wie zich voor het eerst in de vennootschapsbelasting wil verdiepen, maar voor iedereen die er dagelijks mee wordt geconfronteerd en nood heeft aan een basiswerk om op terug te vallen.

Toepassingsgebied

Professor Dr. Stefaan Van Crombrugge gaat in het eerste hoofdstuk na wanneer de vennootschapsbelasting precies van toepassing is. De begrippen ‘rechtspersoonlijkheid’, ‘exploitatie van een onderneming of winstgevende bezigheid’, en ‘fiscaal domicilie in België’ staan hierbij centraal. In het kader van deze analyse komt ook de nieuwe versie van de algemene antimisbruikbepaling ter sprake.

Belastbare grondslag

De belastbare grondslag van vennootschappen is hun winst. De analyse van de ‘fiscale winst’ vormt het tweede hoofdstuk van het boek, meteen ook het meest omvangrijke. De auteur bespreekt eerst ‘het winstbegrip in het algemeen’ en vervolgens de brutowinst in al zijn onderdelen : opbrengsten uit onroerende goederen, opbrengsten uit roerende goederen en kapitalen, en eigenlijke beroepsopbrengsten. In het kader van de roerende inkomsten wordt in het bijzonder aandacht besteed aan de ‘aftrek voor octrooi-inkomsten’ (zoals recentelijk gewijzigd voor KMO-vennootschappen) en aan de ‘DBI-aftrek’ (o.m. rekening houdend met de jongste rechtspraak van het Europees Hof van Justitie). Bij de eigenlijke beroepsopbrengsten wordt onder meer stilgestaan bij het probleem van de ‘overlopende rekeningen’, het ‘afzien van winst’, de ‘abnormale of goedgunstige voordelen’, het ‘arm’s length principe’ en de ‘subsidies’.

Vervolgens bespreekt de auteur uitvoerig de ‘opbrengsten uit waardering en waarderingsregels’, en de regeling inzake ‘meerwaarden’. Wat dit laatste betreft, bespreekt de auteur onder meer de vrijstellingsregeling voor meerwaarden op aandelen, zoals deze regeling er uitziet na de diverse wettelijke ingrepen tijdens 2012.

Daarna gaat hij na hoe de ‘nettowinst’ wordt gevormd. Bij de ‘beroepskosten’ onderzoekt hij het ‘noodzakelijk verband met de beroepswerkzaamheid’ (en, onder meer, de vraag of kosten, om aftrekbaar te zijn, moeten voortvloeien uit handelingen die binnen het statutaire doel van de vennootschap vallen), de invloed van het ‘eenjarigheidsbeginsel’, en de ‘bewijslast’. Na deze principes passeren onder meer de revue : de kosten uit ongeoorloofde verrichtingen, de aftrekbaarheid van bezoldigingen van bedrijfsleiders, de (recentelijk door de wetgever ten gronde aangepaste) ‘thin cap’-regeling die de aftrek van interesten betaald aan welbepaalde genieters aan banden wil leggen, de regeling die de aftrek van betalingen aan belastingparadijzen koppelt aan een bijzondere aangifteplicht, enz. Verder volgen uitvoerige beschouwingen over de ‘voorzieningen voor risico’s en kosten’, de ‘waarde-
verminderingen op dubieuze debiteuren’ en de ‘beroepsverliezen’.

Aansluitend komen de ‘overige vrijstellingen en extracomptabele aftrekken’ aan bod, zoals de investeringsaftrek, de mecenaatsgiften, de investeringsreserve en de aftrek voor risicokapitaal (of de ‘notionele interest’). Vervolgens wordt aandacht besteed aan enkele bijzondere stelsels : de verkrijging van eigen aandelen, de gedeeltelijke verdeling van het maatschappelijk vermogen en het probleem van de ‘verkapte dividenden’.

Berekening belasting

Het derde hoofdstuk behandelt het tarief en de berekening van de vennootschapsbelasting. Ruime aandacht gaat naar het stelsel van de verrekening van voorheffingen en andere credits waaronder het ‘forfaitair gedeelte van de buitenlandse belasting’ en het belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling.

Geheime commissielonen

Hoofdstuk vier heeft als thema de bijzondere aanslag op geheime commissielonen, die de wetgever tijdens 2013 heeft getracht enigszins te ‘verzachten’.

Fairness tax

Daarna volgt in het vijfde hoofdstuk de volledig nieuwe ‘fairness tax’ die ‘grote’ vennootschappen vanaf aanslagjaar 2014 verschuldigd zijn, als zij dividenden uitkeren, maar geen of weinig gewone vennootschapsbelasting betalen ingevolge het spel van de notionele interestaftrek en de aftrek van overgedragen fiscale verliezen.

Ontbinding en herstructurering

Het zesde en laatste hoofdstuk handelt over de fiscale gevolgen van de ontbinding en de herstructurering van vennootschappen (met onder meer aandacht voor de internationale zetelverplaatsing in het licht van de recente rechtspraak van het Europees Hof van Justitie).

Een up-to-date basiswerk

Meer dan 20 jaar geleden schreef Professor Dr. Stefaan Van Crombrugge zijn eerste Beginselen van de Vennootschapsbelasting. De nieuwe editie is de elfde in rij. Zij is bijgewerkt tot 15 oktober 2013.

Het boek houdt rekening met de nieuwste wetswijzigingen. Ook de recentste evoluties in rechtspraak en rechtsleer zijn verwerkt. Zo blijft Beginselen van de Vennootschapsbelasting een up-to-date boek dat u doorheen de vennootschapsbelasting van vandaag loodst.